naar top
Menu
Logo Print
04/12/2019 - ING. WOUTER VERHEECKE

“ZO VEEL MOGELIJK BEDRIJVEN VOORUITHELPEN”

Leo van de Loock

Leo Van de Loock is transitiemanager industrie 4.0

Transitiemanager Industrie 4.0: dat staat te lezen op het visitekaartje van Leo Van de Loock. Binnen het Vlaanderen Industrie 4.0-team van VLAIO moet hij er mee voor zorgen dat zo veel mogelijk Vlaamse maakbedrijven op de digitaliseringstrein springen. “Op die manier wil de overheid onze industrie en diens wereldwijde concurrentiepositie opnieuw versterken. We hebben hiertoe 17 verschillende proeftuinen opgericht, waarin de bedrijven naar believen kunnen experimenteren. Dit uiteraard wel binnen de perken van de staatssteun: het moet om collectieve projecten gaan, we mogen geen individuele trajecten begeleiden”, legt hij uit.

Wat is de taak van een transitiemanager?

“In 2016 heeft de Vlaamse Overheid zeven transities vastgelegd die we moeten nastreven opdat we in 2050 een welvarende, inclusieve maatschappij zouden hebben. Het gaat hier enerzijds om klassieke maatschappelijke uitdagingen: energie, wonen, zorg en mobiliteit. Anderzijds gaat het om recentere uitdagingen, zoals circulaire economie, het nieuwe leven en werken, en Industrie 4.0. Voor elk van deze zeven transities is er een transitiemanager aangesteld en dat ben ik dus voor Industrie 4.0. Dat houdt in dat ik op lange termijn meedenk over wat er zoal nodig zal zijn, al is deze zogeheten ‘vierde industriële revolutie’ natuurlijk al volop aan de gang. Bij deze transitie ligt de focus dus vooral op de korte en middellange termijn, ook al omdat we heel moeilijk kunnen voorspellen hoe de industrie er over twintig jaar zal uitzien; laat staan tegen 2050. Industrie 4.0 leidt tot grote veranderingen die veel sneller gaan dan ooit tevoren. Het komt er vooral op neer dat ik er vanuit mijn coördinerende functie voor wil zorgen dat de Vlaamse productiebedrijven zo goed mogelijk ingesteld zijn op die snelle veranderingen.”

Over welke veranderingen heeft u het dan zoal?

“Industrie 4.0 is van oorsprong een Duits concept en is daar al in 2011 geïntroduceerd. Het doel was om hiermee de productie gedeeltelijk terug naar Europa te kunnen halen. Ondertussen is zowat elk geïndustrialiseerd land hiermee bezig, weliswaar met elk zijn eigen nuances in de actieplannen. Grofweg kun je stellen dat er drie grote pijlers zijn, die wereldwijd dezelfde zijn. Vooreerst is er natuurlijk de technologie. Het gaat over een samenspel van ver doorgedreven automatisering, artificiële intelligentie, Internet of Things … en heel veel data die hierbij worden ingezet. Dit leidt tot nieuwe mogelijkheden ten opzichte van het klassieke productieproces, zoals ‘lot size one’ of een gepersonaliseerde massaproductie. Tegelijk veranderen hierdoor de klassieke interacties tussen leveranciers en afnemers. Er wordt meer ingezet op servitisatie, de waardeketens verstrengelen in elkaar, en zo ontstaan er nieuwe businessmodellen. Tot slot impliceert dit ook grote veranderingen voor de manier van werken. De medewerkers moeten niet alleen digitale skills of zogenaamde ‘STEM-competenties’ hebben (Science, Technology, Engineering & Mathematics, red.), maar moeten ook kunnen interageren in die snel veranderende omgeving. Dit vergt een compleet nieuwe ‘mindset’. Dat is volgens mij de echte ‘bottleneck’: niet de technologie, maar de mensen die ermee moeten werken.”

Zijn onze bedrijven zich onderhand nog niet voldoende bewust van die uitdagingen en opportuniteiten? En waarom moet de overheid zich hiermee moeien?

“De meeste grote bedrijven zijn hiermee bezig en die hoeven we inderdaad niet te overtuigen. Maar het zijn vooral de kleinere, minder technologische firma’s die kampen met drempelvrees. Zij kijken aan tegen grote investeringen met veel onbekenden en hebben typisch ook minder interne competenties over al die domeinen ter beschikking op hun werkvloer. Toch moeten ook zij hier willens nillens in meestappen, anders worden ze voorbijgestoken. Uit de DESI-index (The Digital Economy and Society Index, red.) blijkt dat België geen digitale voorloper is, maar zeker ook geen achterblijver. Onze productie is al sterk geautomatiseerd, mede als compensatie voor de hoge loonkosten. Het versterken van onze industrie staat nu hoog op de politieke agenda, omdat dit een ‘driver’ is voor export en zo onze koopkracht aanzwengelt. Daarom komen ‘digitalisering’ en ‘innovatie’ ook in het nieuwe regeerakkoord veelvuldig aan bod.”

Hoe willen jullie die doelstellingen nu concreet aanpakken met VLAIO?

“Ons programma rust op vijf poten: communicatie, onderzoek, skills, internationalisering en de bredere toepassing door de bedrijven. Ter ondersteuning van de bedrijven hebben we – voor de komende drie jaar en verspreid over heel Vlaanderen – 17 ‘Industrie 4.0-proeftuinen’ opgestart, in nauwe samenwerking met 28 sectororganisaties en kennisinstellingen. Die zijn ‘bottom-up’ ontstaan na hun input. De aanpak van de proeftuinen is heel uiteenlopend, net als de invulling en de toepassingsdomeinen. Het gaat van testopstellingen met nieuwe technologieën, zoals drones, cobots of virtual reality, tot informatiesessies over hun inzetbaarheid of over thema’s zoals cybersecurity.

De rode draad is dat we hiermee de kennis concreet willen maken en op die manier zo veel mogelijk bedrijven op weg willen helpen richting Industrie 4.0. De proeftuinen zijn overigens gratis toegankelijk voor alle Vlaamse productiebedrijven. Zij hoeven geen lid te zijn van de betrokken organisaties. De financiering gebeurt voor 80% vanuit de Vlaamse overheid – in totaal 8 miljoen euro – en voor 20% vanuit de ondersteunende organisaties. De proeftuinfinanciering is wel gericht op eerder collectieve acties en niet op uitgebreide begeleiding van trajecten voor individuele bedrijven.”

De eerste proeftuinen zijn pas vorig jaar gelanceerd, maar kan u nu al een eerste evaluatie opmaken?

“Het is sowieso moeilijk om de precieze impact hiervan te meten bij de deelnemende bedrijven, maar het is nu al duidelijk dat we zowel voor als achter de schermen van de proeftuinen iets in gang hebben gezet. Onze ‘target’ was van bij het begin om in die drie jaren 500 cases te halen. We zitten op kruissnelheid en het lijkt er dus op dat we daarin zeker zullen slagen!”

Proeftuinen voor process & factory automation

Proeftuinen voor de agro-voedingsindustrie

Proeftuinen voor industrieel onderhoud

Proeftuinen voor de procesindustrie

Proeftuinen voor de metaalindustrie